Woordenlijst
De woorden die je in een dossier en bij de koop van een huis tegenkomt, kort uitgelegd. In het dossier tik je op een onderstreept woord voor dezelfde uitleg.
- Aandachtsgebied fundering
- Een kaart van KCAF en RVO geeft per postcode aan of de bodem kwetsbaar is voor funderingsproblemen. Het percentage is het aandeel huizen van vóór 1970 in de postcode; over één huis zegt het niets zeker.
- Aanduiding
- Extra regels in het omgevingsplan voor een deel van het perceel, bijvoorbeeld “monument” of “archeologie”.
- AHN
- Het Actueel Hoogtebestand Nederland: een kaart met de hoogte van de grond in heel Nederland. Daaruit halen we de hoogte van het maaiveld bij het huis.
- BAG
- De Basisregistratie Adressen en Gebouwen. Hierin legt de gemeente elk adres en elk gebouw vast, met onder meer het bouwjaar en de oppervlakte.
- Bekendmaking
- Een officiële publicatie van de overheid, bijvoorbeeld over een aanvraag voor een vergunning of een nieuw plan. Zo kan iedereen zien wat er in de buurt speelt.
- Beschermd stads- of dorpsgezicht
- Een gebied dat als geheel is beschermd om zijn historische uitstraling. Veranderingen aan de buitenkant van een huis, zoals een dakkapel, toetst de gemeente daar strenger.
- Bestemming
- Waarvoor je het perceel mag gebruiken volgens het omgevingsplan, bijvoorbeeld wonen of tuin.
- Bestemmingsplan
- Het plan van de gemeente dat zegt wat je op een stuk grond mag bouwen en hoe je het mag gebruiken. Sinds 2024 zijn de bestemmingsplannen een tijdelijk deel van het omgevingsplan.
- BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit)
- Een vergunning voor iets dat niet past in het omgevingsplan van de gemeente. Daarmee kan er toch iets gebouwd of anders gebruikt worden dan het plan toestaat.
- Bouwhoogte
- De hoogte van het hoogste punt van een gebouw, meestal de nok van het dak. Het bestemmingsplan kan daar een maximum voor geven.
- Bouwkundige keuring
- Een bouwkundige onderzoekt de staat van het huis. Je krijgt een rapport met de gebreken, vaak met een schatting van wat herstel kost.
- Bouwvlak
- Het deel van het perceel waar volgens het bestemmingsplan het hoofdgebouw mag staan. Voor bouwen buiten het bouwvlak, zoals een schuur of aanbouw, gelden andere regels.
- CBS
- Het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van het CBS komen onze cijfers over de buurt en over de huizenprijzen per gemeente.
- Dubbelbestemming
- Een tweede bestemming die over de gewone bestemming heen ligt, bijvoorbeeld voor archeologie of een leiding in de grond. Daarvoor gelden extra regels, vaak als je in de grond wilt graven of bouwen.
- Energielabel
- Een label van A++++ tot G dat laat zien hoe zuinig een huis is. Bij verkoop moet de verkoper een geldig label hebben.
- EP-Online
- Het register van RVO met alle geregistreerde energielabels. Daarin zoeken wij het label van het adres op.
- Erfdienstbaarheid
- Een recht van een ander op jouw grond, bijvoorbeeld om eroverheen te lopen (recht van overpad). Het staat in de akte.
- Erfpacht
- Je koopt het huis, maar de grond blijft van een ander, vaak de gemeente. Meestal betaal je daarvoor een jaarlijks bedrag, de canon, of is die vooruit afgekocht.
- Footprint
- De oppervlakte die een gebouw op de grond inneemt, gemeten langs de buitenmuren. Het is niet hetzelfde als de woonoppervlakte binnen.
- Functieaanduiding
- Een extra aanduiding in het bestemmingsplan die op één plek iets toestaat of beperkt. Wat het precies betekent, staat in de regels van het plan onder de naam van de aanduiding.
- Gebiedsaanduiding
- Een aanduiding in het bestemmingsplan voor een groter gebied, met eigen regels. Denk aan een geluidszone of een zone waar je wel of niet mag uitbouwen.
- Gebruiksoppervlakte
- De vloeroppervlakte die de gemeente in de BAG heeft vastgelegd. Die kan afwijken van wat de makelaar noemt, bijvoorbeeld door een verbouwing die niet is bijgewerkt.
- Gemeentelijk monument
- Een gebouw dat de gemeente beschermt. De regels voor verbouwen en slopen verschillen per gemeente, en alleen de gemeente weet zeker of een adres op haar lijst staat.
- Goothoogte
- De hoogte van de dakgoot, gemeten vanaf de grond. Een maximale goothoogte in het bestemmingsplan bepaalt mee hoe hoog je mag bouwen.
- Grondwaterstand
- Hoe hoog het water in de bodem staat. Bij een fundering op houten palen is een te lage stand een risico: droog hout kan gaan rotten.
- Instandhoudingsplicht
- Je mag noodzakelijk onderhoud aan een rijksmonument niet nalaten. Dat staat in het Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 13.12).
- Kadaster
- De overheidsdienst die registreert van wie huizen en grond zijn, en waar de grenzen van percelen liggen.
- Kadastraal perceel
- Het perceel zoals het Kadaster het kent, met een code van gemeente, sectie en nummer. Met die code vraag je bij het Kadaster gegevens over de grond op.
- KCAF
- Het Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek. Samen met RVO maakte het een kaart die per postcode laat zien waar funderingsproblemen vaker kunnen voorkomen.
- Koopakte
- Het contract tussen jou en de verkoper, meestal opgesteld door de makelaar of de notaris. Na het tekenen heb je drie dagen bedenktijd.
- Maaiveld
- De hoogte van de grond buiten, rond het huis. Diepten, zoals die van het grondwater, meten we vanaf het maaiveld.
- Maatvoering
- De maten die het bestemmingsplan voorschrijft, zoals de hoogste bouwhoogte of goothoogte. Ze gelden voor wat je bouwt of verbouwt.
- Mededelingsplicht
- Wat de verkoper over het huis moet melden. Daartegenover staat de onderzoeksplicht van de koper.
- NAP
- Normaal Amsterdams Peil: het nulpunt voor hoogtes in Nederland, ongeveer het gemiddelde zeeniveau. NAP −1 m ligt 1 meter onder dat nulpunt.
- NEN 2580
- De Nederlandse norm om de oppervlakte van gebouwen te meten. Makelaars meten woningen volgens deze norm, zodat je huizen eerlijk kunt vergelijken.
- Omgevingsloket (DSO)
- De landelijke website waar je de regels voor een plek opzoekt en een vergunning aanvraagt. DSO staat voor Digitaal Stelsel Omgevingswet.
- Omgevingsplan
- Sinds 2024 heeft elke gemeente één omgevingsplan met de regels voor bouwen en voor het gebruik van grond en gebouwen. De oude bestemmingsplannen zijn daar tijdelijk een deel van.
- Omgevingsvergunning
- De vergunning voor onder meer bouwen, verbouwen, slopen of een monument aanpassen. Sommige kleine bouwwerken mogen zonder vergunning.
- Onderzoeksplicht
- Wat jij als koper zelf moet uitzoeken over het huis. Daartegenover staat de mededelingsplicht van de verkoper.
- Ontbindende voorwaarde (voorbehoud)
- Een afspraak dat je de koop kunt ontbinden als iets niet lukt, zoals de financiering of een goede bouwkundige keuring. Die afspraak moet vooraf in de koopakte staan.
- Opstalrecht
- Een recht van een ander om iets in, op of boven jouw grond te hebben, zoals een gebouw of leidingen. Het staat in de akte.
- Ouderdomsclausule
- Een afspraak in de koopakte dat je het huis koopt met de gebreken die bij zijn leeftijd passen. Daardoor kun je de verkoper daar later moeilijker op aanspreken.
- Peilbuis
- Een buis in de grond waarin de grondwaterstand wordt gemeten. Wij gebruiken het dichtstbijzijnde meetpunt; bij jouw huis kan de stand anders zijn.
- Perceel
- Een stuk grond met vaste grenzen, zoals het Kadaster dat registreert. Bij een huis is dat meestal de grond onder het huis plus de tuin.
- Redengevende omschrijving
- De beschrijving in het monumentenregister van wat er aan een monument waardevol is en waarom. Die bepaalt mee wat je wel en niet mag veranderen.
- Rijksmonument
- Een gebouw dat het Rijk beschermt om zijn waarde voor geschiedenis of architectuur. Voor veel aanpassingen heb je een vergunning nodig, soms ook binnen.
- Rijksmonumentenactiviteit
- Elke verandering aan een rijksmonument. Daarvoor is een omgevingsvergunning nodig, behalve gewoon onderhoud in dezelfde kleur en hetzelfde materiaal.
- Sondering
- Een meting waarbij een staaf de grond in wordt gedrukt om te zien hoe stevig de bodem is. Daarmee bepalen bouwers hoe diep een fundering moet.
- Veegplan
- Een wijziging van het bestemmingsplan waarin de gemeente veel kleine aanpassingen tegelijk doet, zoals fouten herstellen. Lees in het plan wat er voor jouw perceel verandert.
- Verblijfsobject
- Zo heet een woning, winkel of kantoor in de BAG: de ruimte die bij één adres hoort. In een appartementengebouw heeft elk appartement er een.
- Vergunningvrij
- Mag zonder vergunning, binnen de landelijke maten uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dat geldt niet bij een monument.
- Waarde – Archeologie
- Op deze plek kunnen resten uit het verleden in de grond zitten. Wil je graven of in de grond bouwen, dan kan de gemeente eerst archeologisch onderzoek vragen, vaak pas vanaf een bepaalde diepte of oppervlakte.
- WOZ-waarde
- De waarde die de gemeente elk jaar voor een huis vaststelt, onder meer voor belastingen. Het is geen taxatie en zegt niet precies wat het huis nu opbrengt.
- Zakelijk recht
- Een recht van een ander op jouw grond, zoals een erfdienstbaarheid, erfpacht of opstalrecht. Het staat in de akte.
Mis je een woord? Lees verder in de kennisartikelen.